Bruin blauwtje (Aricia agestis)
Lokale soort. Droge, zandige graslanden, rivier- en kustduinen. Langs de rivieren op de meeste plaatsen verdwenen. Nog wel langs de kust. Ook wel tijdelijke vestigingen in het binnenland. Een vrij honkvaste soort.
De voorvleugel heeft aan de onderkant geen wortelvlekken. De oranje vlekken aan de randen van de vleugels zijn duidelijk en groot, net als zwarte vlekken op de onderkant van de voorvleugel. De onderkant van de achtervleugel heeft daarentegen kleine zwarte vlekken.
Bij het vrouwtje ontbreekt de blauwe bestuiving op de onderkant van de vleugels. De witte randen van de vleugels maken een blokte indruk.
1. Bij deze soort lijkt (t.o.v. icarusblauwtje) de franje langs de vleugelrand geblokt te zijn en zijn de oranje stippen langs de randen van de vleugels vaak goed zichtbaar.
2. De icarus wortelvlekken ontbreken. Echter de stippen aan de basis van de voorvleugelonderzijde bij icarus zijn niet constant. Naar schatting bij 1 op de 1000 ontbreken de stippen. Maar icarusblauwtjes zijn algemeen dus eens per jaar kom je een dergelijk exemplaar tegen.
3. Het bruin blauwtje heeft nooit blauwe bestuiving, niet op de onderkant en niet op de bovenkant van de vleugels. Zie je blauwe schubben, dan heb je met een icarusblauwtje te doen.
4. Bij Bruin blauwtje vormen de stippen een driehoek en bij een Icarusblauwtje liggen de soorten op een rij. Bij ongeveer 5% van de bruine blauwtjes liggen de stippen bijna als bij een icarusblauwtje bleek uit museumonderzoek van een Franse vlinderspecialist.