Kroonkruidblauwtje (Plebejus argyrognomon)

Het kroonkruidblauwtje komt voor op schrale graslanden op droge tot vochtige plaatsen langs bossen en struweelranden. De eitjes worden afgezet op Coronilla varia (kroonkruid) en Astragalus glycyphyllos (wilde hokjespeul). Meestal kiest het vrouwtje een houtige plek, waar het eitje eventueel zou kunnen overwinteren. Na de overwintering leven ze van de jonge bladeren. Ze worden bezocht door mieren van de geslachten Lasius en Myrmica . De verpopping vindt onder in de vegetatie plaats. Het kroonkruidblauwtje vliegt normaal in twee generaties. Alleen in Scandinavië komt maar één generatie voor.